Kevin Vermassen

Lesideeën, activiteiten en oefeningen STEM, ICT & Nederlands

Categorie: Zinsleer (Pagina 1 van 2)

Herhalingsoefeningen

Om alle geziene theorie even te testen of om te zien welke onderwerpen je best nog even herhaalt, kun je deze herhalingsoefeningen maken.

Bijwoordelijke bepaling

Bijwoordelijke bepaling herkennen

De bijwoordelijke bepaling (b.w.b.) is een verzameling van alle overblijvende zinsdelen. Hieronder vind je enkele voorbeelden.

  • Bijwoordelijke bepaling van plaats:

    Hij woont in Gent.
    Waar woont hij? –> In Gent.

  • Bijwoordelijke bepaling van richting.

    We trokken verder naar het noorden.
    Waarheen trokken we verder? –> naar het noorden.

  • Bijwoordelijke bepaling van tijd.

    Ik ga morgen naar de bioscoop.
    Wanneer ga ik naar de bioscoop? –> morgen

  • Bijwoordelijke bepaling van wijze

    Hij ging tergend traag naar buiten.
    Hoe ging hij naar buiten? –> tergend traag.

  • Bijwoordelijke bepaling van middel.

    Hij sloeg het slachtoffer met een hamer dood.
    Waarmee sloeg hij het slachtoffer dood? –> met een hamer.

  • Er zijn nog veel meer soorten bijwoordelijke bepalingen. Voor een vollediger lijst, ga naar http://nl.wikipedia.org/wiki/Bijwoordelijke_bepaling

Oefening

Voorzetselvoorwerp

Voorzetselvoorwerp herkennen

Een voorzetselvoorwerp (v.z.v.) begint altijd met een voorzetsel (op, onder, naast, aan, met, naar, voor, in, …).

Een voorzetselvoorwerp komt alleen voor bij werkwoorden met een vast voorzetsel.

Enkele voorbeelden (de pv staat onderstreept):

Ik / twijfel / aan deze methode. // (twijfelen aan)

Hij / verwondert / zich / over dat gedrag. // (zich verwonderen over)

Ik / luister / niet graag / naar hem. // (luisteren naar)

Ik / waarschuwde / haar / voor de gevolgen. // (waarschuwen voor)

 

Let op: verwar een voorzetselvoorwerp niet met een bijwoordelijke bepaling.

Ik wandel in het park. –> Geen voorzetselvoorwerp want “wandelen in” is geen vaste combinatie, je kunt ook wandelen rond/door/naast het park.

Ze hingen aan de rekstok. –> Geen voorzetselvoorwerp, ze konden ook “naast” de rekstok hangen.

Oefeningen

Meewerkend voorwerp

Meewerkend voorwerp herkennen

Het meewerkend voorwerp (m.v.) vind je door de volgende vraag te stellen:

aan/voor wie/wat + pv + o. + l.v. + (n.)w.w.a.

Enkele voorbeelden (de pv is onderstreept):

Hij / gaf / zijn vriendin / een kostbaar geschenk. // –> Aan wie/wat gaf hij een kostbaar geschenk? –> aan zijn vriendin.

Chaïmae / geeft / Jonathan / een boek. // –> Aan wie/wat geeft Chaïmae een boek? –> Aan Jonathan.

Hij / kocht / een leuk geschenkje / voor zijn vriendin. // –> Voor wie/wat kocht hij een leuk geschenkje? –> voor zijn vriendin.

Tip:

Als de zin een naamwoordelijk deel bevat, dan kunnen er geen lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp in de zin staan.

Oefeningen

  • Zoek het meewerkend voorwerp
  • Zoek de zinsdelen

Start hier de oefeningen.

Lijdend voorwerp

Lijdend voorwerp herkennen

Het lijdend voorwerp (l.v.) vind je door de volgende vraag te stellen:

  • Wie of Wat + pv + 0 +(n.)w.w.a.

Voorbeelden (de pv is onderstreept):

Ik / at / de sappige peer / op. //–> Wat at ik op? –> De sappige peer.

Ik / heb / je telefoonnummer / gekregen. // –> Wat heb ik gekregen? –> je telefoonnummer

Hij / gaf / het / aan hem. // Wat gaf hij? –> Het

 Tip:

Wanneer in je zin een naamwoordelijk deel staat, dan kan er geen lijdend voorwerp meer zijn.

Oefeningen

  • Zoek het lijdend voorwerp
  • Benoem de zinsdelen

Start hier de oefeningen.

Onderwerp

Onderwerp herkennen

Het onderwerp (o.) is het zinsdeel dat bepaalt hoe de persoonsvorm er uitziet. Meestal (maar niet altijd!) verwijst het onderwerp naar iets of iemand dat/die een handeling uitvoert.

Je kunt het onderwerp herkennen op de volgende manieren (de pv is onderstreept):

  • Wie of wat + pv (+ w.w.a.+ n.w.w.a. + n.d.)?

    Jan / loopt / over straat. //
    Wie loopt? –> Jan

  • Je vindt de pv door een ja/nee-vraag te maken. Het onderwerp staat dan altijd achter de pv.

    Sharon en Ellen / gingen / samen / een dagje / shoppen. //
    Gingen / Sharon en Ellen / samen / een dagje / shoppen?//

  • De getalproef (congruentie): als je de persoonsvorm verandert van enkelvoud naar meervoud (of omgekeerd) dan verandert het onderwerp altijd mee van getal.

    Ik / wandel / naar huis. //
    Wij / wandelen / naar huis. //

Oefeningen

  • Zoek het onderwerp
  • Benoem de zinsdelen

Start hier de oefeningen.

Naamwoordelijk gezegde

Naamwoordelijk gezegde herkennen

Soms hoort er bij de persoonsvorm een woord of woordgroep dat geen werkwoordelijke aanvulling is. Dit is het geval wanneer de pv een koppelwerkwoord is (zijn, worden, blijven, blijken, lijken, schijnen, heten, dunken, voorkomen).

De aanvulling, het naamwoordelijk deel (n.d.), hoort bij het werkwoord als de persoonsvorm en het onderwerp samen niets betekenen, als er nog een stukje informatie ontbreekt. Je vindt het naamwoordelijk deel door de volgende vraag te stellen:

hoe/wat + persoonsvorm + onderwerp?

Bijv. Hij is ziek –> “Is” is een koppelwerkwoord, dus hoe of wat is hij? –> ziek.

Naamwoordelijk deel = ziek.
Naamwoordelijk gezegde = is ziek. (pv + n.d.)

Oefeningen

Niet-werkwoordelijke aanvulling

Niet-werkwoordelijke aanvulling herkennen

Soms hoort er bij de persoonsvorm nog een woord dat geen werkwoord is. Dat stukje noemen we dan een niet-werkwoordelijke aanvulling (n.w.w.a.). De meest voorkomende soorten zijn (de pv is onderstreept):

  • Hij / belde / haar / nog eens / op. // –> Scheidbare werkwoorden als opbellen, afzeggen, uitnodigen, …
  • De kinderen / eten / met lange tanden. // –> Met lange tanden eten is een uitdrukking en vormt dus een geheel.
  • De jager / verschanste / zich / in het bos. // –> wederkerende voornaamwoorden horen bij werkwoorden als zich verschansen, zich wassen, zich bekeren, zich ontfermen, zich schamen, …
  • Ze / helpen / elkaar. // –> wederkerige voornaamwoorden.

Oefeningen

Werkwoordelijke aanvulling

Werkwoordelijke aanvulling herkennen

Wanneer je persoonsvorm een hulpwerkwoord is dan heeft de persoonsvorm op zich geen betekenis. Die betekenis zit dan in 1 of meerdere werkwoorden die verderop in de zin staan. Deze aanvullende werkwoorden noemen we uiteraard de werkwoordelijke aanvulling (w.w.a.).

Enkele voorbeelden (de persoonsvorm staat onderstreept):

Ik / heb / 50 lengtes / gezwommen. // –> de werkwoordelijke aanvulling is een voltooid deelwoord.

Ik / kan / dit boek / in een uurtje / lezen. // –> de werkwoordelijke aanvulling is een infinitief.

Hij / heeft / die nieuwe cd / zeker / al 10 keer / beluisterd. // –> de werkwoordelijke aanvulling is een voltooid deelwoord.

Lag /je / al lang / te slapen? // –> de werkwoordelijke aanvulling is te+infinitief.

De andere leerlingen / zijn / over de oefening / aan het klagen. // –> de werkwoordelijke aanvulling is aan (het) +infinitief.

Ik / had / een veel leuker spel / gekocht kunnen hebben. // –> de werkwoordelijke aanvulling is een combinatie van één voltooid deelwoord en 2 infinitieven.

Conclusie:

De werkwoordelijke aanvulling kan dus een voltooid deelwoord, een infinitief, een te + infinitief, een aan het + infinitief of een combinatie van deze vormen zijn.

Oefeningen

Tips

  1. In elke zin kan maar één voltooid deelwoord staan!

    Hij is geweigerd geworden –> Fout!
    Hij is geweigerd. –> Goed!

  2. De werkwoorden van de werkwoordelijke aanvulling staan altijd samen, er kunnen geen andere woorden tussen staan.

    Hij heeft haar nooit kunnen een cadeau geven. –> Fout!

Persoonsvorm

Persoonsvorm herkennen

De persoonsvorm (pv) vind je door een ja/nee-vraag te maken. Het werkwoord dat vooraan in de zin staat is dan de persoonsvorm. Bijvoorbeeld:

Dat / is / de Playstation 4 van Timo. //

Is / dat / de Playstation 4 van Timo? //

Je / hebt / mijn nieuwe smartphone / al / gezien. //

Heb / je / mijn nieuwe smartphone / al / gezien? //

Ik zit nog boordevol energie.

Zit ik nog boordevol energie?

De persoonsvorm staat dus ALTIJD vooraan in de zin bij een ja/nee-vraag.

Oefeningen

  • Maak een ja/nee-vraag
  • Zoek de persoonsvorm

Start de oefeningen hier.

Pagina 1 of 2

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén