Herhalingsoefeningen woordleer

alle geziene theorie even te testen of om te zien welke onderwerpen je best nog even herhaalt, kun je deze herhalingsoefeningen maken. Alle geziene woordsoorten vind je hier nog eens op een rijtje: zelfstandig naamwoord soortnaam eigennaam lidwoord bepaald lidwoord onbepaald lidwoord bijvoeglijk naamwoord werkwoord zelfstandig werkwoord koppelwerkwoord hulpwerkwoord voorzetsel voornaamwoord persoonlijk voornaamwoord bezittelijk voornaamwoord […]

Tussenwerpsel

Tussenwerpsels herkennen Een tussenwerpsel is een uitroep. Een woord dat een emotie (ai, auw) of een klank uitdrukt (krak, boem) of een woord dat aandacht probeert te trekken (pssst, hé). Vloeken en uitroepen als “gossie“, “verdorie“, “aha” en “warempel” zijn veelal tussenwerpsels. Het kan overal in de zin opduiken. Enkele voorbeelden. Verdorie, ik ben mijn […]

Telwoorden

Telwoorden herkennen Een telwoord geeft een aantal of een rang weer. Enkele voorbeelden: Hij heeft twee kinderen. Ze haalde de eerste plaats. Dat heb ik je al honderd keer verteld. Voor de derde keer kwam ze vandaag langs. De bepaalde hoofdtelwoorden geven een precies aantal weer: een, twee, drie, vier, vijf, … De onbepaalde hoofdtelwoorden […]

Voornaamwoorden

 Voornaamwoorden herkennen Een voornaamwoord is een woord dat verwijst naar iets anders. Het woord waarnaar verwezen wordt, heeft een bepaalde zelfstandigheid (vaak een zelfstandig naamwoord). De man loopt over straat. Hij loopt daar. (‘Hij’ verwijst naar ‘de man’) De kinderen spelen in de woonkamer. Ze spelen met de blokjes. Loïc trouwt met Josefien. Hij trouwt […]

Werkwoorden

Werkwoorden herkennen Het werkwoord is een woord dat in veel talen samen met het onderwerp en eventueel een (lijdend en meewerkend) voorwerp de basis vormt van een zin. Werkwoorden drukken een actie (doen, gooien), toestand (zijn, staan, drijven) of een gebeurtenis (sterven, glinsteren) uit. Enkele voorbeelden: lopen, spelen, dansen, gooien, blijven, lijken, worden, schijnen, handelen, […]

Voorzetsel

Voorzetsels herkennen Een voorzetsel is een onverbuigbaar (je kunt er bijv. geen -e- aan toevoegen) woord zoals: aan, achter, af, behalve, beneden, bij, binnen, boven, buiten, door, gedurende, in, langs, met, na, naar, naast, om, ondanks, onder, op, over, rond, per, sinds, te, tegen,tegenover, tijdens, tot, tussen, uit, van, via, volgens, voor, wegens, zonder (volledige […]

Bijvoeglijk naamwoord

Bijvoeglijke naamwoorden herkennen Een bijvoeglijk naamwoord (afkorting: b.n.) duidt een eigenschap of een kenmerk aan van het zelfstandig naamwoord waarbij het hoort. Het is een woord als: mooi(e), zacht(e), vreemd(e), raadselachtig(e), fluwelen, gouden, zwart(e), fantastisch(e). In tegenstelling tot een zelfstandig naamwoord duidt het bijvoeglijk naamwoord geen ding, persoon of dier aan, maar wordt het bij […]

Zelfstandig naamwoord

Zelfstandig naamwoord herkennen Een zelfstandig naamwoord (z.n.) duidt een persoon, een dier, een zaak of een begrip aan je kunt er de of het voorzetten (maar niet altijd) Vaak hebben zelfstandige naamwoorden 2 vormen: enkelvoud (1 boek, pen) en meervoud (meerdere boeken, pennen). Ook staan ze vaak bij de woordjes de, het en een. Oefeningen […]