Telwoorden herkennen

Een telwoord geeft een aantal of een rang weer. Enkele voorbeelden:

  • Hij heeft twee kinderen.
  • Ze haalde de eerste plaats.
  • Dat heb ik je al honderd keer verteld.
  • Voor de derde keer kwam ze vandaag langs.

De bepaalde hoofdtelwoorden geven een precies aantal weer: een, twee, drie, vier, vijf, …

De onbepaalde hoofdtelwoorden geven geen precies aantal weer: veel, weinig, …

De bepaalde rangtelwoorden geven een precieze plaats weer: eerste, tweede, derde, vierde, vijfde, …

De onbepaalde rangtelwoorden geven geen precieze plaats weer: zoveelste, laatste, middelste, …

Oefeningen