Bijvoeglijke naamwoorden herkennen

Een bijvoeglijk naamwoord (afkorting: b.n.) duidt een eigenschap of een kenmerk aan van het zelfstandig naamwoord waarbij het hoort. Het is een woord als: mooi(e), zacht(e), vreemd(e), raadselachtig(e), fluwelen, gouden, zwart(e), fantastisch(e).

In tegenstelling tot een zelfstandig naamwoord duidt het bijvoeglijk naamwoord geen ding, persoon of dier aan, maar wordt het bij een zelfstandig naamwoord gevoegd, vandaar de naam bijvoeglijk naamwoord. Het bijvoeglijk naamwoord zegt iets meer over een zelfstandig naamwoord. Het staat dan ook graag tussen het lidwoord en het zelfstandig naamwoord.

Voorbeeld:

  • een mooie trui (hier staat mooie tussen het lidwoord een en het zelfstandig naamwoord trui).

  • de rode mooie trui (hier staan rode en mooie tussen het lidwoord de en het zelfstandig naamwoord trui).

Oefening

Trappen van vergelijking

Sommige bijvoeglijke naamwoorden duiden een eigenschap aan, die versterkt kan worden.

Bijv. Dat is een leuke game. Deze game is leuker. En deze is het leukst.

Het bijvoeglijk naamwoord “leuk” heeft dus een stellende (leuk), een vergelijkende (leuker) en een overtreffende trap (leukst).

Met moeilijkere woorden:

  • De stellende trap = positief
  • De vergelijkende trap = comparatief
  • De overtreffende trap = superlatief

De vergelijkende trap vormen we meestal met -er-: mooier, leuker, groter, …

De overtreffende trap vormen we meestal met -st-: het mooist, het leukst, het grootst, …

Natuurlijk zijn er ook uitzonderingen:

  • goed – beter – best
  • veel – meer – meest
  • weinig – minder – minst
  • graag – liever – liefst

Oefeningen