Leer wat het gezegde van een zin is en leer het onderscheid maken tussen een werkwoordelijk en naamwoordelijk gezegde in onderstaande presentatie.
Klik op de dubbele pijl rechts onderaan om de les op je volledige scherm te bekijken.

Leer wat het gezegde van een zin is en leer het onderscheid maken tussen een werkwoordelijk en naamwoordelijk gezegde in onderstaande presentatie.
Klik op de dubbele pijl rechts onderaan om de les op je volledige scherm te bekijken.

Vissersboot zul je nooit fout schrijven want je hoort de tussenletter ‘s’ tussen visser en boot.
Schrijf dus steeds een ‘s’, als je er één hoort. Bijv. parlementslid, zondagskrant, stationsplein.
Moeilijker wordt het wanneer je het woord dorpsschool moet schrijven, want schrijf je dan 1 ‘s’ of 2?
De enige regel die je moet volgen is de regel van de analogie, je vervangt het laatste deel van het woord zodat je kunt horen of er een ‘s’ bijkomt of niet.
Bijv.

De regels om getallen voluit te schrijven zijn heel eenvoudig.
Bijv.
| Online, downloaden, voicemail | Als de woorden in het Nederlands vaak gebruikt worden, dan schrijven we ze aan elkaar. |
| Body-art, drive-in, e-mail, pay-tv | Gebruik een koppelteken om leesproblemen te voorkomen. |
| Back-up, black-out, warm-up | Gebruik ook een koppelteken als het woord met een voorzetsel eindigt dat met een klinker begint. |
| Flashback, flashforward, comeback, playback. | Als dat voorzetsel niet met een klinker begint, dan schrijf je het aaneen. |
Een aantal vaste woordcombinaties kunnen zowel aan elkaar als met een spatie geschreven worden, naargelang van de betekenis. De volgende gevallen leiden bij heel veel taalgebruikers tot verwarring.
|
allang |
Ik weet allang wat je van plan bent. |
|
al lang |
Hij staat al lang voor het rode licht. |
|
allesbehalve |
Hij is allesbehalve behulpzaam. |
|
alles behalve |
Je krijgt alles behalve mijn juwelen. |
|
evengoed |
Je kunt evengoed nog wat blijven. |
|
even goed |
Je voetbalt even goed als je grote broer. |
|
tekort (het) |
Het tekort op de begroting. |
|
te kort |
Ze hadden mensen te kort. |
|
tenminste |
Ik ga mee, als het tenminste niet sneeuwt. |
|
ten minste (op z’n minst) |
Ten minste houdbaar tot datum aan onderkant. |
|
tenslotte |
Je kunt tenslotte niet altijd winnen. |
|
ten slotte (tot slot) |
En het vierde punt, ten slotte, ben ik vergeten. |
|
teveel (het) |
Kinderen met ADHD hebben een teveel aan energie. |
|
te veel |
Te veel problemen blijven onopgelost. |
|
zoveel |
Dat kost vijf euro, zoveel! |
|
zo veel |
We proberen zo veel mogelijk mensen te redden. |

De punt geeft een lange pauze weer, de komma een korte. De kommapunt zit daar ergens tussenin.
| Ik ben vandaag naar de rommelmarkt geweest.Ik vroeg de leerkracht of ik naar het toilet mocht.Gent 18 februari 2006 10 000 000 Euro 09 253 06 60 |
We zetten een punt achter een mededelende zin.Bij een indirecte vraag komt ook een punt.Geen punt in:
|
| Ze voelde zich moe; maar ze ging toch naar de les. | Er is geen écht einde, zoals bij de punt. De 2 mededelingen hangen nauw samen. |
| Voor Nederlands heb je een map, tussenbladen, schrijfgerief en een agenda nodig. De directeur, een streng man, hield streng toezicht. Hij stond op, liep naar het bord, nam krijt en tekende een prachtige zwaan. |
Je zet een komma:
|
| Wil je nog een snoepje? Je wilt toch nog een snoepje? |
|
| Kom hier! Ga zitten! Luister! Wat een troep! |
|
| Op school krijgen we veel vakken: Nederlands, Frans, Engels, wiskunde, aardrijkskunde, … Ze zou komen, maar … De deur ging krakend open… Een hand wam langzaam tevoorschijn. Een kille lach weerklonk door de villa… Ik luisterde aandachtig… |
|
| De VN (Verenigde Naties) kwamen in actie. Gezocht: vingervlugge typist(e) |
We gebruiken haakjes
|
| DubbelpuntZe zei: “We gaan morgen naar zee.”Wat we zagen in de zoo: apen, olifanten, slangen, leeuwen, … |
|
| Eindaanhaling Ze vroeg: “Mag ik het bord schoonvegen?”Beginaanhaling: “Mag ik het bord schoonvegen?” vroeg ze. “Laat me binnen!” riep hij kwaad. ‘Ik zou graag mijn opstel afgeven”, zei hij.Gesplitste aanhaling “Mag ik het bord afvegen,” vroeg ze, “want het is heel erg vuil.”“Geef me”, riep hij, “onmiddellijk die jas!”
Geen aanhaling |
|

Lees eenmaal de theorie aandachtig en maak dan de oefening.
Maar je schrijft niet met een hoofdletter …

| Stal – stallen, pet – petten, mus – mussen, vis – vissen, bos – bossen bakkerij, pakket |
Achter een gedekte klank schrijven we een dubbele medeklinker als er nog een doffe of heldere klinker op volgt. |
| Land – landen, wild – wilde, tante, gilde Deu-ren, spe-len, ra-men, bo-men Gooi-de, hui-len, wei-de, kou-de Openen, lelijke Havik – haviken, monnik – monniken |
Geen verdubbeling:
|
| Hond, kat, lip, dag, lach | Je kunt de juiste eindmedeklinker horen door te verlengen: honden, katten, lippen, … |
| Dief – dieven, schijf – schijven wrijf – wrijven lees – lezen, muis – muizen |
Bij woorden op –f en –s schrijven we een –v en –z als we verlengen. Let op dit is niet met alle woorden zo: kersen, fotografen. Gebruik een woordenboek als je twijfelt. |