Tussenletter ‘s’

Vissersboot zul je nooit fout schrijven want je hoort de tussenletter ‘s’ tussen visser en boot.

Schrijf dus steeds een ‘s’, als je er één hoort. Bijv. parlementslid, zondagskrant, stationsplein.

Moeilijker wordt het wanneer je het woord dorpsschool moet schrijven, want schrijf je dan 1 ‘s’ of 2?

De enige regel die je moet volgen is de regel van de analogie, je vervangt het laatste deel van het woord zodat je kunt horen of er een ‘s’ bijkomt of niet.

Bijv.

  • Dorp + school is dorpsschool want het is ook dorpsplein.
  • Passagier + schip is passagiersschip want het is ook passagiersboot.
  • Geboorte + suiker is geboortesuiker want het is ook geboortekaartje

Oefening

Tussenletter ‘n’

Tekstversie

Deze regels gelden alleen voor de samenstellingen waarbij je tussen de twee delen een “e” hoort. Als we “en” schrijven zeggen we toch “e”. Bijv. reuzeleuk, reuzenstap, flessenmelk, zonnebloem.

We schrijven altijd –en

  • als het eerste deel een zelfstandig naamwoord is dat alleen een meervoud op –n heeft.
    Druivenschil want druif heeft alleen druiven als meervoud.
    Bijv. boekenkast, toetsenbord, pennenzak, hondenhok, paardenbloem.
  • als het eerste deel een zelfstandig naamwoord is dat zowel een mannelijke als vrouwelijke vorm heeft. Bijv. agent/agente, student/studente.
    Dus agentenrokje, studentenkamer.

We schrijven altijd –e

  • als het eerste deel geen meervoud heeft (rijst en tarwe hebben geen meervoud).
  • Bijv. rijstebrij, tarwebrood.
  • als het eerste deel alleen een meervoud op –s heeft (horloges, asperges).
    Bijv. horlogekast, aspergesoep.
  • als het eerste deel een meervoud op –s en op –en heeft (groenten of groentes, keuzen of keuzes).
    Bijv. groentesoep, keuzemogelijkheid.
  • als het eerste deel een werkwoord of een bijvoeglijk naamwoord is (drinken, branden, goed, lief)
    Bijv. drinkbroer, brandewijn, goedenacht, lieveheersbeestje.
  • als het eerste deel van de samenstelling iets “uniek” is, iets dat alleen maar in zijn soort bestaat (er is maar 1 zon en 1 maan).
    Bijv. zonneschijn, maneschijn.
  • als het eerste deel het tweede deel versterkt, en de gehele samenstelling is een bijvoeglijk naamwoord.
    Bijv. reuzeleuk (niet gewoon leuk maar reuzeleuk), apetrots (niet gewoon trots maar apetrots).
  • als één van de twee delen zijn oorspronkelijke betekenis verloren heeft.
    Bijv. papegaai (wat is “pape”?), schattebout (wat is “bout”?)

    • Bij versteende uitdrukkingen, waarbij je de delen niet meer als afzonderlijk herkent..
      Bijv. ruggespraak (maar ruggenwervel), kinnebak.

Oefeningen

  • -e of -en?
  • Tussenletters -s, -e en -en
  • Tussenletters -s, -e en -en
  • Tussenklanken

Start de oefeningen hier.