Werkwoorden – onvoltooid tegenwoordige tijd

Spelling van de werkwoorden – onvoltooid tegenwoordige tijd from Kevin Vermassen

Tekstversie

Stam en infinitief

De infinitief is de vorm van het werkwoord die je in het woordenboek vindt: lopen, spelen, hebben, zwemmen. In het Nederlands eindigt die bijna altijd op –en.

De stam van het werkwoord vorm je door het werkwoord in de volgende zin te plaatsen: ik………………………..nu.

Bijv. Ik loop nu, ik speel nu, ik zwem nu.

Oefeningen

Vervoeging in de onvoltooid tegenwoordige tijd

De pv vind je door een ja/nee-vraag te maken.

Het onderwerp van een zin vind je door de vraag “wie of wat + pv?” te stellen.

Bestudeer het onderstaande schema aandachtig. Daarna moet het mogelijk zijn om alle oefeningen correct op te lossen. Eventueel kun je dit schema printen.

ott

Er is 1 uitzondering op het schema: Als het onderwerp in de zin “je” of “jij” is, en als dat onderwerp achter de persoonsvorm staat, dan valt de “t” weg.
Bijvoorbeeld: je lacht –> lach je MAAR je broer lacht –> lacht je broer?

Ook: als je een bevel geeft –> alleen de stam. Kom hier, sta op, sluit het raam.

ik werk STAM
jij/je werkt STAM+t
hij/zij werkt STAM+t
u werkt stam+t
wij/we werken infinitief
jullie werken infinitief
zij/ze werken infinitief

Oefeningen

Reacties

4 reacties op “Werkwoorden – onvoltooid tegenwoordige tijd”

  1. Abdella avatar
    Abdella

    Danku voor de oefeningen Meneer.

  2. Vinckevleugel Daniël avatar
    Vinckevleugel Daniël

    Beste Kevin Vermassen dit is een heel goeie website .Ik oefen er bijna elke dag.Wat ik ook goed vind is het gebruik van scratch,en De raspberri Pi.
    Beste groetjes.

    1. Kevin avatar

      Bedankt! Fijn om te horen en veel plezier ermee 😉

  3. jhony avatar
    jhony

    dit is een zeer goeie oefening

Geef een reactie of stel een vraag.

Mastodon

Ontdek meer van Kevin Vermassen

Abonneer je nu om meer te lezen en toegang te krijgen tot het volledige archief.

Lees verder