Categorieën
Nederlands Spelling

Voltooid en onvoltooid deelwoord

Wat is een voltooid deelwoord?

Het voltooid deelwoord vind je door de volgende zinnen aan te vullen met een werkwoord: ik heb…, ik ben …, het heeft…

Bijv. Ik heb gevoetbald, ik heb gewassen, ik ben verloren, het heeft geregend.

Voor sterke werkwoorden: klik hier voor de lijst.

Je schrijft geen fouten omdat je altijd hoort wat je moet schrijven: bijv. ik heb gegeten, ik heb gelopen, ik ben geweest.

Voor zwakke werkwoorden: ge + stam + d of t

werken –> ik heb gewerkt –> met een ‘t’ want in de verleden tijd is het werkte.
wandelen –> ik heb gewandeld –> met een ‘d’ want in de verleden tijd is het wandelde.

Oefeningen

Onvoltooid deelwoord

Het onvoltooid deelwoord duidt een handeling aan die nog bezig is.

Het onvoltooid deelwoord is heel makkelijk te vormen: het is altijd infinitief + d.

Lopend bereikte hij de auto.
Huilend liep het meisje door de gangen.
Hij bereikte al zwemmend de kust van Engeland.

Oefening

Categorieën
Nederlands Spelling

Werkwoorden – Onvoltooid verleden tijd

Spelling van de werkwoorden – onvoltooid verleden tijd from Kevin Vermassen

Tekstversie

Sterke en zwakke werkwoorden

Het verleden is iets wat vroeger gebeurde: een minuut geleden, gisteren, vorige week, 15 jaar geleden, …

Vergelijk de volgende werkwoorden.

Infinitief Verleden tijd
Sterven Hij stierf
Lopen Ze liep
Eten Wij aten
Wachten Ik wachtte
Wandelen Wij wandelden
Luisteren Jullie luisterden

Je merkt dat de eerste 3 werkwoorden van klank veranderen, we noemen dit sterke werkwoorden.

De laatste 3 werkwoorden veranderen niet van klank maar worden met de stam + te(n) of stam + de(n) gevormd, we noemen ze zwakke werkwoorden.

Sterke werkwoorden

De schrijfwijze van de sterke werkwoorden in de verleden tijd is helemaal niet moeilijk. Je schrijft wat je hoort. Klik hier om een lijst met alle sterke en onregelmatige werkwoorden te openen. Gebruik die als je de oefeningen maakt.

In de verleden tijd heb je dus maar 2 vormen: enkelvoud en meervoud. Dus nooit een –t- toevoegen!

Oefening

Zwakke werkwoorden

De zwakke werkwoorden worden allemaal op dezelfde manier vervoegd in de verleden tijd. Bestudeer aandachtig de linkertak van het volgende schema. Print het eventueel ook uit en gebruik het bij de oefeningen.

ovt

Enkele moeilijke werkwoorden:

bonzen –> ik bons maar stam is bonz –> dus bonsde

racen –> ik race–> laatste klank is “s” –> dus racete

Oefeningen

Categorieën
Nederlands Spelling

Werkwoorden – onvoltooid tegenwoordige tijd

Spelling van de werkwoorden – onvoltooid tegenwoordige tijd from Kevin Vermassen

Tekstversie

Stam en infinitief

De infinitief is de vorm van het werkwoord die je in het woordenboek vindt: lopen, spelen, hebben, zwemmen. In het Nederlands eindigt die bijna altijd op –en.

De stam van het werkwoord vorm je door het werkwoord in de volgende zin te plaatsen: ik………………………..nu.

Bijv. Ik loop nu, ik speel nu, ik zwem nu.

Oefeningen

Vervoeging in de onvoltooid tegenwoordige tijd

De pv vind je door een ja/nee-vraag te maken.

Het onderwerp van een zin vind je door de vraag “wie of wat + pv?” te stellen.

Bestudeer het onderstaande schema aandachtig. Daarna moet het mogelijk zijn om alle oefeningen correct op te lossen. Eventueel kun je dit schema printen.

ott

Er is 1 uitzondering op het schema: Als het onderwerp in de zin “je” of “jij” is, en als dat onderwerp achter de persoonsvorm staat, dan valt de “t” weg.
Bijvoorbeeld: je lacht –> lach je MAAR je broer lacht –> lacht je broer?

Ook: als je een bevel geeft –> alleen de stam. Kom hier, sta op, sluit het raam.

ik werk STAM
jij/je werkt STAM+t
hij/zij werkt STAM+t
u werkt stam+t
wij/we werken infinitief
jullie werken infinitief
zij/ze werken infinitief

Oefeningen