Tag: Zinsleer

  • Zinsdelen

    Zinsdelen

    Klik op de dubbele pijl rechts onderaan om de les op je volledige scherm te bekijken.

    Hieronder vind je ook de klassieke weergave en de oude oefeningen terug. Bij voorkeur gebruik je de presentatie en oefeningen hierboven, maar wie dat wenst kan ook de oudere inhoud blijven gebruiken.

    Zinsdelen herkennen

    Als je tegen iemand iets wilt vertellen dan doe je dat in stukjes. Elk stukje bevat informatie. We moeten onze informatie opdelen omdat het anders te moeilijk wordt voor de luisteraar om het te begrijpen. Stel je maar eens een boek voor zonder leestekens. Daarom plaatsen we na elk stukje informatie een leesteken. Elk stukje informatie noemen we een zin.

    Jan gaat elke ochtend om halfacht naar school.

    Ook een zin bestaat uit stukjes informatie. Elk stukje informatie in een zin noemen we een zinsdeel. Je kunt de zinsdelen van elkaar scheiden door een “/”. Het einde van een zin duiden we met “//” aan.

    Jan / gaat  / elke ochtend / om halfacht / naar school. //

    Je ziet dat een zinsdeel uit één woord (bijv. Jan) of uit meerdere woorden (bijv. elke ochtend) kan bestaan.

    Zinsdelen kun je herkennen door de verplaatsingsproef. Elk woord of woordroep dat je kunt verplaatsen is een zinsdeel.

    • Jan gaat elke ochtend om halfacht naar school.
    • Gaat Jan elke ochtend om halfacht naar school?
    • Elke ochtend gaat Jan om halfacht naar school.

    Het woord “Jan” kun je makkelijk verplaatsen, het is dus een zinsdeel.

    • Jan gaat elke ochtend om halfacht naar school
    • Gaat Jan elke ochtend om halfacht naar school?

    Het woord “gaat” kun je makkelijk verplaatsen, het is dus ook een zinsdeel.

    • Elke Jan gaat ochtend om halfacht naar school.
    • Jan gaat ochtend elke om halfacht naar school.

    Het woord “elke” kun je niet verplaatsen, het is dus geen zinsdeel.

    • Ochtend Jan gaat elke om halfacht naar school.
    • Jan gaat elke om halfacht ochtend naar school.

    Het woord “ochtend” kun je niet verplaatsen, het is dus geen zinsdeel.

    • Elke ochtend gaat Jan om halfacht naar school.
    • Om halfacht gaat Jan elke ochtend naar school.

    De woordgroep “elke ochtend” kan wel verplaatst worden, en is dus een zinsdeel.

    Oefeningen

  • Zinsleer – overzicht

    Zinsleer – overzicht

    Als je een taalt leert en bestudeert kom je al snel in aanraking met begrippen als persoonsvorm (pv) en onderwerp (o). Het zijn begrippen die je zeker moet beheersen om de taal meester te worden.

    Een goede kennis van de zinsleer zal je begrip van spelling vergroten. Je zal bijv. veel beter begrijpen waarom je ‘vindt’ soms met ‘d’ en soms met ‘dt’ moet schrijven.

    In het onderdeel zinsleer ontdek je stap per stap de (vaakst gebruikte) zinsdelen. Wanneer zinsleer nieuw voor je is, volg je best de volgorde hieronder. Als je gewoon op zoek bent naar oefeningen over 1 bepaald onderdeel, kun je uiteraard enkel de onderwerpen aanklikken die jou interesseren.

    Wanneer je alle oefeningen achter de rug hebt, zul je de belangrijkste zinsdelen makkelijk kunnen herkennen.

    Nederlands

    Frans

    Engels

    Zinsdelen membre de phrase part of sentence
    Persoonsvorm le verbe conjugué finite verb
    Werkwoordelijkgezegde

    l’attribut
    Naamwoordelijk gezegde l’attribut predicate
    Samengestelde zin la phrase composée compound sentence
    Enkelvoudige zin la phrase simple simple sentence
    Onderwerp le sujet subject
    Lijdend voorwerp complément d’objet direct direct object
    Meewerkend voorwerp complément d’objet indirect indirect object
    Voorzetselvoorwerp complément prépositionnel prepositional object
    Handelend voorwerp complément d’agent adjunct
    Bijvoeglijke bepaling complément déterminatif attributive adjunct
    Bijwoordelijke bepaling complément circonstanciel adverbial adjunct
    Herhalingsoefeningen exercise de répétition refresher exercise