Voorzetselvoorwerp

Voorzetselvoorwerp herkennen Een voorzetselvoorwerp (v.z.v.) begint altijd met een voorzetsel (op, onder, naast, aan, met, naar, voor, in, …). Een voorzetselvoorwerp komt alleen voor bij werkwoorden met een vast voorzetsel. Enkele voorbeelden (de pv staat onderstreept): Ik / twijfel / aan deze methode. // (twijfelen aan) Hij / verwondert / zich / over dat gedrag. […]