Nederlands

Engelse werkwoorden

Geplaatst op

Engelse werkwoorden vervoegen Woorden die we uit het Frans, Latijn of een andere taal overnemen, worden in de loop van de tijd aangepast aan de Nederlandse spelling. Maar Engelse woorden behouden hun schrijfwijze! De Stam De stam van de Engelse werkwoorden, vormen we op dezelfde manier als in het Engels. Die stam gebruiken we dan […]

Nederlands

Werkwoorden – onvoltooid tegenwoordige tijd

Geplaatst op

Spelling van de werkwoorden – onvoltooid tegenwoordige tijd from Kevin Vermassen Tekstversie Stam en infinitief De infinitief is de vorm van het werkwoord die je in het woordenboek vindt: lopen, spelen, hebben, zwemmen. In het Nederlands eindigt die bijna altijd op –en. De stam van het werkwoord vorm je door het werkwoord in de volgende […]

Nederlands

Voornaamwoorden

Geplaatst op

 Voornaamwoorden herkennen Een voornaamwoord is een woord dat verwijst naar iets anders. Het woord waarnaar verwezen wordt, heeft een bepaalde zelfstandigheid (vaak een zelfstandig naamwoord). De man loopt over straat. Hij loopt daar. (‘Hij’ verwijst naar ‘de man’) De kinderen spelen in de woonkamer. Ze spelen met de blokjes. Loïc trouwt met Josefien. Hij trouwt […]

Nederlands

Niet-werkwoordelijke aanvulling

Geplaatst op

Niet-werkwoordelijke aanvulling herkennen Soms hoort er bij de persoonsvorm nog een woord dat geen werkwoord is. Dat stukje noemen we dan een niet-werkwoordelijke aanvulling (n.w.w.a.). De meest voorkomende soorten zijn (de pv is onderstreept): Hij / belde / haar / nog eens / op. // –> Scheidbare werkwoorden als opbellen, afzeggen, uitnodigen, … De kinderen […]