Kevin Vermassen

Lesideeën, activiteiten en oefeningen STEM, ICT & Nederlands

Categorie: Woordleer (Pagina 2 van 2)

Lidwoord

Lidwoorden herkennen

In het Nederlands zijn er maar 3 lidwoorden: de, het en een. Ze staan altijd links van een zelfstandig naamwoord.

Als de of het bij een zelfstandig naamwoord (zie vorig hoofdstuk) in het enkelvoud staan dan gaat het over een specifiek exemplaar, niet om het even welk exemplaar. Dan noemen we ze bepaalde lidwoorden.

Bijv. de tafel, het kind, …

Als het niet om een specifiek exemplaar gaat, dan gebruiken we een. Dan noemen we ze onbepaalde lidwoorden.

Bijv. een tafel, een kind, …

Dus bepaalde lidwoorden: de en het
Onbepaald lidwoord: een

Oefeningen

  • Vul het passend lidwoord in
  • Vul de lidwoorden in

Start de oefeningen hier.

Tips

Meestal gaat het gebruik van de lidwoorden vanzelf. Toch worden er regelmatig fouten gemaakt tegen het gebruik van de en het.

Enkele eenvoudige regels op een rijtje:

  • Zoals je weet bestaat er bij onbepaalde lidwoorden geen twijfel: altijd “een“.
  • Als het zelfstandig naamwoord in het meervoud staat, dan gebruik je altijd “de“.
  • Als het om een verkleinwoord (tafeltje, kindje, …) gaat, dan gebruik je altijd “het“.
  • Het grootste deel van de Nederlandse woorden gebruikt “de“, dus als je twijfelt en je kunt het woord niet opzoeken, gok je best op “de”.
  • Een lijst met veel voorkomende het-woorden vind je hier.

Oefening

Zelfstandig naamwoord

Zelfstandig naamwoord herkennen

Een zelfstandig naamwoord (z.n.)

  • duidt een persoon, een dier, een zaak of een begrip aan
  • je kunt er de of het voorzetten (maar niet altijd)

Vaak hebben zelfstandige naamwoorden 2 vormen: enkelvoud (1 boek, pen) en meervoud (meerdere boeken, pennen).

Ook staan ze vaak bij de woordjes de, het en een.

Oefeningen

  • Zoek de zelfstandige naamwoorden
  • Is dit een zelfstandig naamwoord of niet?

Start de oefeningen hier.

Pagina 2 of 2

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén