Kevin Vermassen

Lesideeën, activiteiten en oefeningen STEM, ICT & Nederlands

Categorie: Spelling (Pagina 2 van 2)

Engelse werkwoorden

Engelse werkwoorden vervoegen

Woorden die we uit het Frans, Latijn of een andere taal overnemen, worden in de loop van de tijd aangepast aan de Nederlandse spelling.

Maar Engelse woorden behouden hun schrijfwijze!

De Stam

De stam van de Engelse werkwoorden, vormen we op dezelfde manier als in het Engels. Die stam gebruiken we dan verder als een Nederlands werkwoord.

Engels woord Nederlands werkwoord Stam
to fax faxen (ik) fax (nu)
to snooker snookeren (ik) snooker (nu)
to barbecue barbecueën (ik) barbecue (nu)

Oefening

Uitzonderingen

1. Als het Engelse werkwoord eindigt op een dubbele medeklinker, dan schrijven we één medeklinker als dat de uitspraak niet verandert!

Engels woord Nederlands werkwoord Stam
to cross crossen (ik) cros (nu)
to volleyball volleyballen (ik) volleybal (nu)
to paintball paintballen (ik) paintball (nu)

Enkel het werkwoord paintballen behoudt de dubbele ‘ll’ omdat anders de uitspraak van het woord verandert.

2. Als het Engelse woord een /oo/ -klank heeft in de laatste lettergreep, dan vernederlandsen we het werkwoord en schrijven we een dubbele oo.

Engels woord Nederlands werkwoord Stam
to promote promoten (ik) promoot (nu)
to score scoren (ik) scoor (nu)

 Oefening

Engelse werkwoorden vervoegen

Nadat je de stam van het Engelse werkwoord hebt gevonden, is de vervoeging eenvoudig. Je past dezelfde regels toe als bij de Nederlandse werkwoorden.

M.a.w. in de 2e en 3e persoon enkelvoud OTT: STAM + t.

In de OVT: STAM + te(n) of de(n) (‘t kofschip).

Het voltooid deelwoord: ge + stam + d of t (‘t kofschip)

infinitief stam 2e en 3e persoon OTT 1e persoon OVT voltooid deelwoord
faxen fax hij faxt ik faxte ik heb gefaxt
downloaden download hij downloadt ik downloadde ik heb gedownload
rugbyen rugby hij rugbyt ik rugbyde ik heb gerugbyd
hockeyen hockey hij hockeyt ik hockeyde ik heb gehockeyd
barbecueën barbecue hij barbecuet ik barbecuede ik heb gebarbecued

 Oefening

Werkwoorden – Onvoltooid verleden tijd

Tekstversie

Sterke en zwakke werkwoorden

Het verleden is iets wat vroeger gebeurde: een minuut geleden, gisteren, vorige week, 15 jaar geleden, …

Vergelijk de volgende werkwoorden.

Infinitief Verleden tijd
Sterven Hij stierf
Lopen Ze liep
Eten Wij aten
Wachten Ik wachtte
Wandelen Wij wandelden
Luisteren Jullie luisterden

Je merkt dat de eerste 3 werkwoorden van klank veranderen, we noemen dit sterke werkwoorden.

De laatste 3 werkwoorden veranderen niet van klank maar worden met de stam + te(n) of stam + de(n) gevormd, we noemen ze zwakke werkwoorden.

Sterke werkwoorden

De schrijfwijze van de sterke werkwoorden in de verleden tijd is helemaal niet moeilijk. Je schrijft wat je hoort. Klik hier om een lijst met alle sterke en onregelmatige werkwoorden te openen. Gebruik die als je de oefeningen maakt.

In de verleden tijd heb je dus maar 2 vormen: enkelvoud en meervoud. Dus nooit een –t- toevoegen!

Oefening

Zwakke werkwoorden

De zwakke werkwoorden worden allemaal op dezelfde manier vervoegd in de verleden tijd. Bestudeer aandachtig de linkertak van het volgende schema. Print het eventueel ook uit en gebruik het bij de oefeningen.

ovt

Enkele moeilijke werkwoorden:

bonzen –> ik bons maar stam is bonz –> dus bonsde

racen –> ik race–> laatste klank is “s” –> dus racete

Oefeningen

Werkwoorden – onvoltooid tegenwoordige tijd

Tekstversie

Stam en infinitief

De infinitief is de vorm van het werkwoord die je in het woordenboek vindt: lopen, spelen, hebben, zwemmen. In het Nederlands eindigt die bijna altijd op –en.

De stam van het werkwoord vorm je door het werkwoord in de volgende zin te plaatsen: ik………………………..nu.

Bijv. Ik loop nu, ik speel nu, ik zwem nu.

Oefeningen

Vervoeging in de onvoltooid tegenwoordige tijd

De pv vind je door een ja/nee-vraag te maken.

Het onderwerp van een zin vind je door de vraag “wie of wat + pv?” te stellen.

Bestudeer het onderstaande schema aandachtig. Daarna moet het mogelijk zijn om alle oefeningen correct op te lossen. Eventueel kun je dit schema printen.

ott

Er is 1 uitzondering op het schema: Als het onderwerp in de zin “je” of “jij” is, en als dat onderwerp achter de persoonsvorm staat, dan valt de “t” weg.
Bijvoorbeeld: je lacht –> lach je MAAR je broer lacht –> lacht je broer?

Ook: als je een bevel geeft –> alleen de stam. Kom hier, sta op, sluit het raam.

ik werk STAM
jij/je werkt STAM+t
hij/zij werkt STAM+t
u werkt stam+t
wij/we werken infinitief
jullie werken infinitief
zij/ze werken infinitief

Oefeningen

Verdelen in lettergrepen

Open en gesloten lettergrepen

Soms is het nodig om een woord te splitsen op het einde van een regel. Je kunt splitsen na een lettergreep.

Bijv. spe-len bestaat uit 2 lettergrepen, cho-co-la-de bestaat uit 4 lettergrepen.

Pa-pier, spe-len, zee,  lie-gen, li-ni-aal, lo-pen, vu-ren, roe-pen. Deze lettergrepen eindigen op een klinker, we noemen ze open lettergrepen.
Bos-spel, kaar-ten, pis-te, ver-war-ming, bees-ten, les-sen. Deze lettergrepen eindigen op een medeklinker, we noemen ze gesloten lettergrepen.

 Oefening

Splitsen in lettergrepen

Waar moet je nu precies splitsen? De volgende regels geven je hierover een beetje meer uitleg.

Lo-pen, spe-len, mu-ren, bo-ren, sla-pen. Als er één tussenmedeklinker is, dan gaat die naar de volgende lettergreep.
Bos-sen, kas-ten, wer-ken, mis-ten, bus-sen.Opgelet:
La-chen, biblio-theek
Twee tussenmedeklinkers worden van elkaar gescheiden.-ch en –th worden niet van elkaar gescheiden en gaan allebei naar de volgende lettergreep.
Bor-stel, amb-tenaar, Aziati-sche Als er 3 of meer medeklinkers na elkaar staan dan gaan er zoveel naar de volgende lettergreep als dat er aan het begin van een Nederlands woord kunnen staan.
Pi-ano, be-amen, ui-er, koe-ien We splitsen tussen 2 klinkers, maar tweeklanken blijven samen.
Ezel, piano Je mag nooit één klinker alleen zetten aan het begin of het einde van een woord!
Let op:
Pianootje –> piano-tje
Als we verkleinwoorden splitsen dan schrijven we terug het oorspronkelijke woord.

Oefening

  • Splits de woorden in lettergrepen
  • Splits de woorden in lettergrepen

Start de oefeningen hier.

Medeklinkers

Spelling van de medeklinkers

Stal – stallen, pet – petten, mus – mussen,
vis – vissen, bos – bossen
bakkerij, pakket
Achter een gedekte klank schrijven we een dubbele medeklinker als er nog een doffe of heldere klinker op volgt.
Land – landen, wild – wilde, tante, gilde
Deu-ren, spe-len, ra-men, bo-men
Gooi-de, hui-len, wei-de, kou-de
Openen, lelijke
Havik – haviken, monnik – monniken
Geen verdubbeling:

  • Als er al twee medeklinkers staan.
  • Na een vrije klank
  • Na een tweeklank
  • Na een doffe klank
  • Als het woord op –ik eindigt
Hond, kat, lip, dag, lach Je kunt de juiste eindmedeklinker horen door te verlengen: honden, katten, lippen, …
Dief – dieven, schijf – schijven
wrijf – wrijven
lees – lezen, muis – muizen
Bij woorden op –f en –s schrijven we een –v en –z als we verlengen.
Let op dit is niet met alle woorden zo: kersen, fotografen.
Gebruik een woordenboek als je twijfelt.

Oefeningen

K of c?

Naarmate een uitheems (vreemd, uit een andere taal) woord zich aanpast aan het Nederlands, verandert ook de schrijfwijze. Maar je zoekt het woord best op in het groene boekje of op woordenlijst.org

Soms schrijven we woorden die op elkaar lijken in de ene vorm met een k en in de andere vorm met een c.

Bijv.

  • kritiek, kritisch – criticaster, criticus
  • praktijk, praktisch – practicus, practicum
  • klassiek – classicisme
  • klasseren – declasseren
  • vakantie – vacant
  • akkoord- accorderen

Een lijst met moeilijke woorden om te studeren en enkele vuistregels:

  • We schrijven c in de uitheemse elementen -act, -actie, -actief, -ca, -caresse, -caris, -caster, -cateur, -catie, -cator, -catrice, -cus, -ect, -ectie, -ectief, -ica, -icus, -scoop, -uct of -uctie.
    Bijv. actief, actie, reactie, reactief, horeca, bibliothecaresse, bibliothecaris, criticaster, verificateur, fysica, academicus, insect, replica, historicus, microscoop, viaduct, bioscoop, locatie, product, productie, verificatie.
  • We schrijven c in de uitheemse elementen co-, col-, com-, con-, contra-, cor- aan het begin van een woord.
    Bijv. coalitie, co-educatie, co-ouderschap, coöperatie, college, colonne, combattief, conclusie, contact, contraproductief, contrarevolutie, correctie.
    Maar: komiek, koket, kolonie, konvooi en kosmos!
  • We schrijven doorgaans c in de uitheemse elementen cata-, cate-, crypt- of crypto-, loco-, macro- en micro-, necro-, oct- aan het begin van een woord.
    Bijv. catastrofe, categorisch, cryptisch, cryptologie, locomotief, microfoon, macro-economie, necrologie, octopus, octaaf.
    Maar: katalysator, katapult en oktober!
  • Het woorddeel elek– in woorden die verwant zijn met elektriciteit, schrijven we met k.
    Bijv. elektrisch, elektriciteit, elektronica, elektrocutie

Studeren en opzoeken is dus de boodschap.

Oefening

K of qu?

Soms schrijven we k, som kw en soms qu. Gebruik de woordenlijst. Leer alvast deze woorden uit je hoofd:

aquarium, quasi, cheque, enquête, etiquette, kwadraat, kwaliteit, kwartier, etiket.

x of ks?

Gebruik de woordenlijst.

boxer (hond), index, maximum, taxi, textiel, bokser (sportman), tekst, seks.

t of th?

In sommige vreemde woorden schrijven we /th/, maar

  • niet aan het eind van een woord
    atleet, labyrint
  • niet voor een medeklinker
    astma
  • niet na f of ch
    allochtoon

ether, katholiek, methode, empathie, apotheek, bibliotheek, bibliothecaris, apotheker, theorie.

Ook in sommige versteende Nederlandse woorden schrijven we nog /th/: bijv. thuis.

Oefeningen

  • Wat is de juiste schrijfwijze?
  • C, cc of k?
  • k, c, ks, xs, xc, sc of s?
  • qu of k(w)?
  • vr of wr?

Start de oefeningen hier.

Tweeklanken

Moeilijke en makkelijke tweeklanken

Voor de meeste tweeklanken is er geen enkel probleem. Tussen aai, ooi, ieuw en eeuw hoor je een duidelijk verschil, je zult dus geen fouten schrijven.

Moeilijker is het om het verschil tussen ei & ij en ou & au te horen. Hiervoor bestaan jammer genoeg geen regels. Je kunt het alleen maar leren door te oefenen. Dus maak snel de oefeningen.

Oefeningen

  • ou of au?
  • ei of ij?
  • ei of ij?
  • au of ou?
  • ei of ij?

Klik hier om de oefeningen te starten.

Klinkers

Een of twee klinkers?

Spellen of spelen?

vrije klank in een open lettergreep een klinker bijv. lo-pen
in een gesloten lettergreep twee klinkers bijv. ver-staan
gedekte klank altijd één klinker bijv. per-sen

Oefening

i, ie, y of ey?

We schrijven altijd een -ie (vrije of lange [i]) in een gesloten lettergeep

Dier, pier, zwier, stier

We schrijven de vrije (of lange) [i] in een open lettergreep met -ie:

Mie – ren, Tie – nen, fabrie – ken

Dus ook op het einde van een woord

Drie, kanarie, lelie

Let op: ook een -ie bij samenstellingen of afleidingen van deze woorden!!

Drieën, kanarievoer, leliebloem

Maar we schrijven een -i:
• In sommige bastaardwoorden en vreemde woorden (dat zijn woorden uit een andere taal) met een klemtoon op de –i: ski, lire, China, benzine, kilo, critici
• In sommige bastaardwoorden en vreemde zonder een klemtoon op de –i: taxi, juni

De [i] vormt dus een moeilijk geval. Soms schrijven we -i, soms -ie, soms -y of soms zelfs -ey! Het is te ingewikkeld om er regels voor op te geven. Daarom kan je beter de volgende woorden goed studeren!

-i Alibi Gitaar Piramide
Bikini Libië Ritme
Cilinder Tiran Sfinx
-ie Hij skiet (ik ski) Mozaïek Geolied
Jezuïet
-y Analyse Psycholoog Encyclopedie
Baby Hobby Labyrint
Sympathie Chrysant Hypotheek
Mysterie Synagoge Pyjama
Rugby Mythe Synoniem
Cyclus Hyena Penalty
Systeem Type Hygiëne
Teddybeer Polyvalent Rally
Dynamiet Hymne Pony
Fysica Dynamisch Psychiater
-ey Hockey Jockey volleybal

Oefeningen

  • i of ie?
  • i of y?
  • i of ie?
  • i, ie of y?

Klik hier om de oefeningen te starten.

Enkele uitzonderingen

De /ee/ aan het einde van een woord wordt altijd dubbel geschreven. Ook in een samenstelling behouden we de dubbele ee.

bijv. zee – zeevis, twee – tweeling

In het Frans kan een woord eindigen op é (café) of ée (matinée). In het Nederlands valt de é in de dubbele ée weg.

Bijv. café en comité met é maar matinee, puree, prostituee, assemblee zonder é.

De /oo/ voor ‘ch’ schrijven we altijd dubbel, dus ook in open lettergrepen.

Bijv. goochelen, loochenen (liegen)

De /uu/ voor ‘w’ schrijven we altijd enkel, dus ook in een gesloten lettergreep.

Bijv. duw, schaduw, afschuwelijk.

Oefeningen

Basisbegrippen van de Nederlandse spelling

A b c d e f g h i j k l m n o p q r s t u v w x y z

Ons alfabet telt 26 letters, met deze letters vorm je alle Nederlandse woorden.

De klinkers: a, e, i, o, u, oe, eu
Tweeklanken: ai, au, ei, ij, ou, ui, aai, eeu, ieu, oei, ooi
Medeklinkers: b, c, d, f, g, h, j, k, l, m, n, p, q, r, s, t, v, w, x, z
Klinkers

De klinkers geven klanken weer. Elke klinker kan op een aantal verschillende manieren uitgesproken worden, je hebt dus verschillende soorten klanken:

Kat, matten, vel, spellen, ik, stippen, vod, modder, bus, rusten. Deze klinkers hebben een korte klank, we noemen ze gedekte klanken.
Baard, varen, deel, spelen, liter, gieten, hobby, boom, storen, buur, muren, deur, boer. Deze klinkers hebben een lange klank, we noemen ze vrije klanken.
Blauw, vouw, leeuw, nieuw, wijn, bereiden, huis, mooi, taai. Deze klanken bestaan uit meerdere klinkers, we noemen ze tweeklanken.
Zorgen, eerlijk, avond, rustig, een. Deze klinkers geven allemaal een doffe klank weer.

Oefeningen

Gelijkvormigheid en vormovereenkomst

Gelijkvormigheid

We schrijven een woord(deel) altijd op dezelfde manier. Ook al wordt het soms anders uitgesproken.

Bijv. pad en niet pat, want het is ook padden.

Vormovereenkomst

We vormen onze woorden altijd op dezelfde manier.

Bijv. stationsstraat en niet stationstraat, want het is ook stationsgebouw.

Het is ook fietsster en niet fietster, want het is ook werkster.

Let op! Er bestaan veel uitzonderingen!

Het is muis en niet muiz, ook al is het grondwoord muizen.

Oefening

Oorsprong

Vaak wordt de spelling bepaald door de oorsprong van het woord (een ander land of een andere tijd), ook al zijn we die oorsprong al lang vergeten.

Bijv. café, whisky, restaurant, sandwich, …

Kun je er zelf nog enkele bedenken?

Bestudeer de volgende lijst woorden aandachtig. Er zijn er natuurlijk nog veel meer. Als je twijfelt: kijk in het groene boekje of op woordenlijst.org.

Engelse leenwoorden

online account manager sciencefiction
voicemail sixpack e-mail pay-tv
up-to-date lay-out plug-in intensive care
babyboom babysitten badge barbecue
beachvolleybal beamer bestseller blackmailen
bodybuilder bodyguard boxershort briefing
browser budget bulldozer callcenter
chatten cd-writer checklist cheeseburger
coach crashen cover database
dealer display flashback game
hacken icetea joystick junkfood
mailing oneliner overheadprojector saven
skateboard snowboard sticker upgraden

Franse leenwoorden

toilet trottoir chauffeur diner
portemonnee premier dessert mayonaise
visite boulevard mannequin carrosserie

Oefening

Pagina 2 of 2

Mogelijk gemaakt door WordPress & Thema gemaakt door Anders Norén