Met deze website leer je stapsgewijs de woordsoorten kennen. Elk hoofdstuk is voorzien van oefeningen die je de theorie beter laten begrijpen. Op het einde van deze cursus zul je de meeste woordsoorten en hun eigenschappen kennen.

Een taal goed onder de knie hebben is nog steeds heel belangrijk, zowel op school als in je latere job. Je gaat steeds correcte taal moeten kunnen gebruiken: een sollicitatiebrief, een uitnodiging, een e-mail, een artikeltje voor de schoolkrant, een stage aanvragen, … Maar om een taal echt goed te kennen moet je ook een aantal “termen” aanleren zoals voltooid deelwoord, voorzetsel, eigennaam, … Dit zijn zaken die in elke taal terugkomen. Dus deze cursus helpt je ook met je Frans, Engels en Latijn. Via de kennis van woordleer ga je het Nederlands beter begrijpen. Ook om correct te kunnen spellen is deze cursus heel nuttig.

Als je naar muziek luistert merk je dat er heel wat verschillende soorten bestaan: pop, r&b, rock, klassieke muziek, kleinkunst, … Elk liedje dat je hoort kun je bij één van deze soorten indelen.

Ook met woorden kun je dit doen, elk woord kun je in een soort indelen. In deze zin worden alle woordsoorten gebruikt:

Als verdorie aan de twee nieuwe computers maar niets hapert.

als Voegwoord
verdorie Tussenwerpsel
aan Voorzetsel
de Lidwoord
twee Telwoord
nieuwe Bijvoeglijk naamwoord
computers Zelfstandig naamwoord
maar Bijwoord
niets Voornaamwoord
hapert Werkwoord

Op de volgende pagina’s leer je hoe je de verschillende woordsoorten moet herkennen. Je vindt ook een heleboel oefeningen.

Nederlands

Frans

Engels

zelfstandig naamwoord

le nom the noun
onzijdig zn neutre neuter
mannelijk zn masculin masculine
vrouwelijk zn féminin feminine
het genus le genre gender
soortnaam non commun common noun
eigennaam le nom propre proper noun
meervoud pluriel plural
enkelvoud singulier singular
lidwoord l’article the article
bepaald lw article défini definite article
onbepaald lw article indéfini indefinite article
bijvoeglijk naamwoord l’adjectif the adjective
comparatief le comparatif comparative
superlatief le superlatif superlative
positief le positif the positive
voorzetsel la préposition the preposition
werkwoord le verbe the verb
regelmatig ww verbe régulier regular verb
onregelmatig ww verbe irrégulier irregular verb
infinitief l’infinitif the infinitive
stam le radical stem
uitgang la terminaison ending
zwak ww weak verb
sterk ww strong verb
samengesteld ww verbe composé compound verb
scheidbaar ww le verbe séparable
zelfstandig ww
hulpww auxiliaire auxiliary
koppelww le verbe attributif linking/copulative verb
actieve vorm la voix active active voice
passieve vorm la voix passive passive voice
voornaamwoord le pronom the pronoun
persoonlijk vnw pronom personnel personal pronoun
wederkerend vnw pronom réfléchi reflexive pronoun
wederkerig vnw pronom réciproque reciprocal pronoun
bezittelijk vnw pronom possessif possessive pronoun
aanwijzend vnw pronom démonstratif demonstrative pronoun
betrekkelijk vnw pronom relatif relative pronoun
vragend vnw pronom interrogatif interrogative pronoun
onbepaald vnw pronom indéfini indefinite pronoun
telwoord le numéral the numeral
hoofdtelwoord le nombre cardinal cardinal number
rangtelwoord le nombre ordinal ordinal number
bijwoord l’adverbe the adverb
voegwoord la conjonction the conjunction
nevenschikkend vw la conj. de coordination coordinating conjunction
onderschikkend vw la conj. de subordination subordinating conjunction
tussenwerpsel l’interjection the interjection