Spelling van de medeklinkers

Stal – stallen, pet – petten, mus – mussen,
vis – vissen, bos – bossen
bakkerij, pakket
Achter een gedekte klank schrijven we een dubbele medeklinker als er nog een doffe of heldere klinker op volgt.
Land – landen, wild – wilde, tante, gilde
Deu-ren, spe-len, ra-men, bo-men
Gooi-de, hui-len, wei-de, kou-de
Openen, lelijke
Havik – haviken, monnik – monniken
Geen verdubbeling:

  • Als er al twee medeklinkers staan.
  • Na een vrije klank
  • Na een tweeklank
  • Na een doffe klank
  • Als het woord op –ik eindigt
Hond, kat, lip, dag, lach Je kunt de juiste eindmedeklinker horen door te verlengen: honden, katten, lippen, …
Dief – dieven, schijf – schijven
wrijf – wrijven
lees – lezen, muis – muizen
Bij woorden op –f en –s schrijven we een –v en –z als we verlengen.
Let op dit is niet met alle woorden zo: kersen, fotografen.
Gebruik een woordenboek als je twijfelt.

Oefeningen

K of c?

Naarmate een uitheems (vreemd, uit een andere taal) woord zich aanpast aan het Nederlands, verandert ook de schrijfwijze. Maar je zoekt het woord best op in het groene boekje of op woordenlijst.org

Soms schrijven we woorden die op elkaar lijken in de ene vorm met een k en in de andere vorm met een c.

Bijv.

  • kritiek, kritisch – criticaster, criticus
  • praktijk, praktisch – practicus, practicum
  • klassiek – classicisme
  • klasseren – declasseren
  • vakantie – vacant
  • akkoord- accorderen

Een lijst met moeilijke woorden om te studeren en enkele vuistregels:

  • We schrijven c in de uitheemse elementen -act, -actie, -actief, -ca, -caresse, -caris, -caster, -cateur, -catie, -cator, -catrice, -cus, -ect, -ectie, -ectief, -ica, -icus, -scoop, -uct of -uctie.
    Bijv. actief, actie, reactie, reactief, horeca, bibliothecaresse, bibliothecaris, criticaster, verificateur, fysica, academicus, insect, replica, historicus, microscoop, viaduct, bioscoop, locatie, product, productie, verificatie.
  • We schrijven c in de uitheemse elementen co-, col-, com-, con-, contra-, cor- aan het begin van een woord.
    Bijv. coalitie, co-educatie, co-ouderschap, coöperatie, college, colonne, combattief, conclusie, contact, contraproductief, contrarevolutie, correctie.
    Maar: komiek, koket, kolonie, konvooi en kosmos!
  • We schrijven doorgaans c in de uitheemse elementen cata-, cate-, crypt- of crypto-, loco-, macro- en micro-, necro-, oct- aan het begin van een woord.
    Bijv. catastrofe, categorisch, cryptisch, cryptologie, locomotief, microfoon, macro-economie, necrologie, octopus, octaaf.
    Maar: katalysator, katapult en oktober!
  • Het woorddeel elek– in woorden die verwant zijn met elektriciteit, schrijven we met k.
    Bijv. elektrisch, elektriciteit, elektronica, elektrocutie

Studeren en opzoeken is dus de boodschap.

Oefening

K of qu?

Soms schrijven we k, som kw en soms qu. Gebruik de woordenlijst. Leer alvast deze woorden uit je hoofd:

aquarium, quasi, cheque, enquête, etiquette, kwadraat, kwaliteit, kwartier, etiket.

x of ks?

Gebruik de woordenlijst.

boxer (hond), index, maximum, taxi, textiel, bokser (sportman), tekst, seks.

t of th?

In sommige vreemde woorden schrijven we /th/, maar

  • niet aan het eind van een woord
    atleet, labyrint
  • niet voor een medeklinker
    astma
  • niet na f of ch
    allochtoon

ether, katholiek, methode, empathie, apotheek, bibliotheek, bibliothecaris, apotheker, theorie.

Ook in sommige versteende Nederlandse woorden schrijven we nog /th/: bijv. thuis.

Oefeningen

  • Wat is de juiste schrijfwijze?
  • C, cc of k?
  • k, c, ks, xs, xc, sc of s?
  • qu of k(w)?
  • vr of wr?

Start de oefeningen hier.